Lesezeit: 5 Minuten

In Nederland zijn alle werkgevers volgens de Arbowet verplicht om voor de veiligheid van hun werknemers te zorgen. Om de gezondheid van werknemers te beschermen tegen onvermijdelijke risico’s dienen in sommige sectoren persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) te worden verstrekt. Zelfs onder optimale omstandigheden kunnen namelijk ongevallen gebeuren, met mogelijk letsel als gevolg. PBM’s zijn daarom in veel werkomgevingen een belangrijke veiligheidsmaatregel.

Het gaat dus niet om het compenseren van een ontoereikende of onveilige bedrijfsuitrusting. Het doel is om de risico’s van werken met potentieel gevaarlijke machines en materialen of het werken in onveilige situaties (bijv. op grote hoogte) tot een minimum te beperken.

Welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn, hangt in hoge mate af van de werkzaamheden. In dit artikel leest u voor welke werkzaamheden persoonlijke beschermingsmiddelen vereist zijn, welke verplichtingen voor werkgevers en werknemers zijn vastgelegd in de wettelijke voorschriften en waar u bij de keuze en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen op moet letten.

Wat zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)?

PBM’s omvatten alle uitrusting en benodigdheden die werknemers moeten dragen of gebruiken ter bescherming tegen ongevallen of letsel op de werkplek. Hierbij horen onder andere:

  • Hoofdbescherming
  • Gezichts- en oogbescherming
  • Gehoorbescherming
  • Adembescherming
  • Handbescherming
  • Huidbescherming
  • Voetbescherming
  • Beschermende kleding
  • Valbescherming
  • Bescherming tegen verdrinkingsgevaar
  • Bescherming bij reddingswerkzaamheden op grote hoogte of diepte

Zoals we hierboven hebben vermeld, vormen persoonlijke beschermingsmiddelen in Nederland slechts het sluitstuk van de wettelijk verplichte maatregelen die werkgevers dienen te treffen ten behoeve van de werkveiligheid. Allereerst moeten bedrijven een risico-evaluatie en -inventarisatie (RE&I) uitvoeren van alle werkzaamheden en apparatuur. Vervolgens moeten ze ervoor zorgen dat alle technische voorzieningen, werkbenodigdheden en werkzaamheden zodanig zijn vormgegeven dat de veiligheid van de werknemers te allen tijde is gewaarborgd.

Als een veiligheidsrisico kan worden weggenomen door aanpassingen in het bedrijf (bijv. verbeterde vormgeving van de werkplek, vernieuwde technologieën of organisatorische maatregelen), dan komt dit nooit in de plaats van het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Pas wanneer alle andere mogelijkheden zijn onderzocht met behulp van een RE&I en alle mogelijke maatregelen zijn getroffen, is het toegestaan om werknemers door middel van PBM’s te beschermen tegen de resterende gezondheidsrisico’s, die dus niet met andere middelen kunnen worden voorkomen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen – verordeningen, wetten en richtlijnen

Zoals alles dat met gezondheid en veiligheid op het werk te maken heeft, zijn ook persoonlijke beschermingsmiddelen bij wet geregeld. De voorheen geldende EU-richtlijn 89/686/EEG is op 21 april 2018 vervangen door de Europese PBM-verordening 2016/425/EU. Deze wettelijke tekst vormt de basis voor alle richtlijnen en verordeningen voor persoonlijke beschermingsmiddelen in Nederland. Hieronder valt niet alleen de indeling van persoonlijke beschermingsmiddelen in verschillende risicocategorieën, maar ook voorschriften over het testen en certificeren van PBM’s voor bedrijven. Afzonderlijke punten worden in de PBM-richtlijnen van de Europese Commissie (alleen in het Engels beschikbaar) nader toegelicht en toegespitst op verschillende toepassingsgebieden.

In Nederland is in de Arbowet vastgelegd dat PBM’s moeten voldoen aan de wettelijke producteisen die zijn vastgelegd in het Warenwetbesluit Persoonlijke Beschermingsmiddelen 2018. Dit warenwetbesluit is gebaseerd op de Europese Verordening.

Verder is hoofdstuk 8 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering”, relevant. Hierin staan belangrijke uitgangspunten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen: er wordt onder meer ingegaan op wat PBM’s zijn en hoe ze worden gebruikt, de RI&E, de keus van een persoonlijk beschermingsmiddel, de beschikbaarheid en het gebruik.

De eisen waaraan PBM’s moeten voldoen

Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten de best mogelijke bescherming bieden bij gevaarlijke omstandigheden. Hoe dit er in detail uitziet, hangt af van de specifieke werkomstandigheden. Zo worden er bij reddingsacties heel andere PBM’s gebruikt dan in de bouw of in de chemische industrie.

Toch zijn er een paar algemene criteria voor PBM’s.

  • bescherming tegen externe (chemische of fysische) invloeden tijdens het werk
  • bescherming zonder daarbij beschadigd te raken (bijvoorbeeld schokbestendig, waterdicht of scheurvast, afhankelijk van het toepassingsgebied)
  • een ergonomisch ontwerp, om de drager niet onnodig te belasten
  • PBM’s mogen geen nieuwe risicosituaties veroorzaken

Afhankelijk van het toepassingsgebied dienen persoonlijke beschermingsmiddelen in verschillende mate aan de bovenstaande eisen te voldoen. Daarom worden in de EU-verordening drie verschillende categorieën vastgelegd voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Hoe hoger het nummer van de categorie, des te hoger de eisen die eraan worden gesteld: persoonlijke beschermingsmiddelen van categorie I bieden bescherming tegen minimale veiligheidsrisico’s, terwijl persoonlijke beschermingsmiddelen van categorie III bescherming bieden tegen zeer ernstige veiligheidsrisico’s.

PBMToepassingsgebiedNodige certificering
Categorie IBescherming tegen minimale risico’s, zoals oppervlakkige verwondingen
door snijwonden, hitte of irriterende vloeistoffen

Bijvoorbeeld: kniebeschermers, schorten, tuinhandschoenen.
• CE-markering
• Conformiteitsverklaring
Categorie IIStandaardbescherming tegen middelzware mechanische risico’s

Bijvoorbeeld: bouwhelmen, veiligheidsschoenen
• CE-markering
• Conformiteitsverklaring
• EG-typeonderzoek
Categorie IIIBescherming tegen grote risico’s die de gezondheid ernstige schade
kunnen toebrengen of zelfs dodelijk kunnen zijn.

Bijvoorbeeld: ademhalingsmaskers, gehoorbescherming, stralingswerende
kleding, valbescherming
• CE-markering
• Conformiteitsverklaring
• EG-typeonderzoek
• Kwaliteitsborging

De CE-markering is streng verplicht voor alle categorieën van persoonlijke beschermingsmiddelen. De CE-markering is het bewijs van de conformiteitsverklaring, waarmee de fabrikant garandeert dat het product voldoet aan de eisen van de PBM-verordening van de EU. Vanaf categorie II zijn aanvullende tests en certificeringen door onafhankelijke instanties verplicht.

Welke plichten hebben werkgevers en werknemers ten aanzien van PBM’s?

Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen brengt verantwoordelijkheden met zich mee – voor zowel werkgever als werknemer. Terwijl de verplichtingen van de werkgever zich toespitsen op de aanschaf van de juiste uitrusting en het informeren en trainen van de werknemers, ligt voor de werknemers de nadruk op de juiste hantering en een verantwoord gebruik.

Plichten van de werkgever:

  • Risico-evaluatie en -inventarisatie (RE&I) van alle werkzaamheden
  • Keuze van geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen in overleg met veiligheidsspecialist en/of bedrijfsarts
  • Het verstrekken van PBM’s die voldoen aan de richtlijnen van de EU-verordening
  • Informatieverstrekking voor werknemers over risico’s van het werk en de PBM’s die daartegen beschermen
  • Scholing van werknemers over de juiste hantering van de PBM’s (hoe gebruik je ze, hoe bewaar je ze, hoe controleer je of ze het nog goed doen)
  • Uitvoeren van oefensessies voor het gebruik van PBM’s van categorie III
  • Gebruiksinstructies voor PBM’s opstellen, aan alle werknemers uitdelen en op een goed zichtbare plaats in het bedrijf ophangen
  • Het gebruik van PBM’s regelmatig controleren

Plichten van de werknemer:

  • PBM’s op de juiste manier hanteren (volgens de verkregen instructies tijdens cursussen) en regelmatig controleren op defecten
  • Defect of verlies meteen melden bij de werkgever
  • Werkzaamheden stilleggen totdat de PBM’s weer goed functioneren

Veelgestelde vragen over verordeningen voor persoonlijke beschermingsmiddelen

Wat zijn persoonlijke beschermingsmiddelen?

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) omvatten alle vormen van bescherming die werknemers moeten dragen of gebruiken om zich te beschermen tegen ongevallen en letsel op het werk.

Welke wettelijke richtlijnen gelden er voor PBM’s?

Alle in Europa geldende voorschriften over persoonlijke beschermingsmiddelen zijn te vinden in de Europese Verordening 2016/425. In Nederland wordt deze verordening ten uitvoer gelegd door het ‘Warenwetbesluit Persoonlijke Beschermingsmiddelen 2018’ en hoofdstuk 8 van het Arbeidsomstandighedenbesluit: ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering’.

Wie moet de PBM’s betalen?

In Nederland is in de Arbowet vastgelegd dat werkgevers verplicht zijn om PBM’s gratis ter beschikking te stellen aan hun werknemers.

Wie draagt verantwoordelijkheid voor PBM’s?

Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen te kiezen en ter beschikking te stellen en om de werknemers te instrueren over het correcte gebruik ervan. De werknemers zijn verantwoordelijk voor het juiste gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen en voor het regelmatig controleren of ze nog goed functioneren.

Let op: de hier genoemde voorschriften zijn slechts een keuze uit de belangrijkste wettelijke richtlijnen. Voor gedetailleerde informatie verwijzen we u naar de hier weergegeven voorschriften en wetten. Bij de concrete omzetting in uw bedrijf dient u zich bij twijfel tot een deskundige te richten.

Bron afbeelding:
© gettyimages.de – twinsterphoto