Lesezeit: 5 Minuten

Als u met uw bedrijf bouwwerkzaamheden wilt uitvoeren of wilt laten uitvoeren, moet u op een aantal regels letten. Naast de verschillende vergunningen die u nodig heeft, zijn er wettelijke voorschriften die moeten worden nageleefd. Zo heeft u bijvoorbeeld de verplichting om de omgeving te beschermen tegen stof, trillingen, lawaai en andere overlast.

Vanuit praktisch oogpunt is het belangrijk dat de verschillende bouwactiviteiten goed op elkaar zijn afgestemd, en dat alle regels doeltreffend kunnen worden opgevolgd. Daarom is het belangrijk om ruim voor het begin van de bouw een gedetailleerd plan te maken voor de bouwplaatsinrichting. Op deze manier kunt u niet alleen efficiënt bouwen, maar ook de veiligheid en gezondheid van alle personen op en rond de bouwplaats zo goed mogelijk beschermen.

Welke voorschriften zijn er?

Uw bouwplaatsinrichting moet voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van gezondheid, veiligheid, bruikbaarheid, installaties en milieu. Deze zijn met name vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht, de Arbowetgeving, en het Bouwbesluit. De gemeente controleert of u de wetten en regels volgt.

Als u gaat bouwen of slopen, heeft u daar – op een paar uitzonderingen na – een omgevingsvergunning voor nodig. Deze dient u in bij de gemeente of via het Omgevingsloket online. Als onderdeel van uw aanvraag moet u een bouw- en sloopveiligheidsplan opstellen, tenzij het bevoegd gezag u expliciet van deze verplichting heeft bevrijd. Maar ook zonder vergunningsplicht kan u verplicht worden gesteld om een veiligheidsplan in te dienen.

Artikel 8.7 van het Bouwbesluit regelt wat er allemaal in het veiligheidsplan moet staan. Een van de vereiste onderdelen is een schematische tekening van de bouwplaats. Hier gaan we later in dit artikel op in. Daarnaast moet u duidelijk aangeven wat u van plan bent en welke machines en materialen u daarbij gaat gebruiken. Eventueel dient u ook een akoestisch rapport en/of een trillingsrapport in te dienen.

De Arbowet

Waar het Bouwbesluit gaat over het beschermen van de omgeving rondom de bouwplaats, gaat de Arbowetgeving over de veiligheid op de bouwplaats zelf. Hoofdstuk 2, afdeling 5 van het Arbobesluit gaat in op de specifieke regels voor bouwactiviteiten.

Als u aannemer bent, bent u bij wet verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van uw werknemers. Maar ook als opdrachtgever bent u verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats. U moet bijvoorbeeld het veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan) opstellen of dit laten doen. Dit plan, dat u moet indienen bij de Inspectie SZW, dient zich te oriënteren aan de specifieke risico’s die een rol spelen in uw situatie. Een risico-evaluatie en -inventarisatie (RE&I) vormt de basis voor de beslissing welke veiligheidsmaatregelen op uw bouwplaats belangrijk zijn.

Daarbij hoort ook uw beleid ten aanzien van brandveiligheid. Deze en andere veiligheidsmaatregelen die u treft, moet u mededelen aan alle betrokkenen. Als uw arbobeleid ontoereikend is, kunt u hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Dat geldt zowel voor de opdrachtgever als de aannemer.

Laat u als opdrachtgever meerdere aannemers aan één project werken? Dan moet u een coördinator benoemen, die er al tijdens de ontwerpfase op let dat de plannen zo worden opgesteld dat ze veilig kunnen worden uitgevoerd. Ook is de coördinator meestal degene die namens de opdrachtgever het V&G-plan opstelt. Tijdens de uitvoeringsfase stuurt de coördinator de verschillende aannemers aan en let erop dat de veiligheidsmaatregelen worden nageleefd. Hij of zij is ook verantwoordelijk voor het geven van voorlichting aan de werknemers over veiligheid op het werk.

Let op: het bouw- en sloopveiligheidsplan is niet hetzelfde als het veiligheids- en gezondheidsplan, hetgeen is gebaseerd op de Arbowet. Het V&G-plan is gericht op de veiligheid en gezondheid van de werknemers en een bouw- en sloopveiligheidsplan (B&S-plan) is gericht op de veiligheid voor de omgeving. Wel kunt u beide plannen in één document combineren, zolang er maar wordt voldaan aan alle wettelijke vereisten.

Wie is er verantwoordelijk voor bouw- en sloopveiligheid?

In principe dragen de opdrachtgever en de aannemer beide verantwoordelijkheid voor de veiligheidsmaatregelen en de nodige vergunningen. Als uitvoerende partij is de aannemer echter grotendeels verantwoordelijk voor het naleven van deze maatregelen tijdens de werkzaamheden. Dit geldt vooral als er maar één aannemer in het spel is en er geen coördinator is benoemd. Als er iets misgaat, draait de aannemer dus vaak voor de gevolgen op. Tenslotte moet de opdrachtgever zich in beginsel kunnen verlaten op de expertise van de aannemer. In sommige gevallen is dit niet zo, bijvoorbeeld als de opdrachtgever of coördinator uitdrukkelijk invloed heeft uitgeoefend op de bouwwerkzaamheden en daardoor (mede) het incident heeft veroorzaakt.

Wel is de opdrachtgever (of de coördinator) er verantwoordelijk voor dat de bouwplaats ontoegankelijk is voor onbevoegden. Afhankelijk van de grootte van het bouwproject kunnen hiervoor metalen bouwhekken of houten schuttingen worden gebruikt, maar ook beveiligingspersoneel en veiligheidsborden.

Bouwplaatsinrichting: de checklist

Nadat de bouwopdracht is toegekend en het perceel goed is bestudeerd, kan de opdrachtgever of de coördinator beginnen met het plannen van de bouwplaatsinrichting. Zo kan in een vroeg stadium rekening worden gehouden met alle wettelijke voorschriften en alle betrokken partijen inschakelen.

  1. Voor de toekenning van de bouwopdracht – voorbereidende stappen

    – Keuze voor bouwmethoden en de tijdsplanning van het project
    – Het plannen van de bouwplaats: machines en werkbenodigdheden, benodigde mankracht, de verschillende beroepsgroepen en taken, enz.
    – Berekening van de te verwachten kosten

  2. Na toekenning van de bouwopdracht, voor het begin van de bouw – het plan concreter maken

    – Na de toekenning van de bouwopdracht wordt het plan besproken met de betrokken partijen en er wordt een coördinator aangewezen
    – De verschillende onderwerpen worden zo nodig gecorrigeerd en aangevuld
    – De verschillende stappen worden preciezer geformuleerd, zodat alles duidelijk is en de werkzaamheden kunnen beginnen

  3. Bij het begin van de bouw – de laatste aanpassingen

    – Het wijzigen van details of veranderingen in de tijdsplanning
    – Eventueel het veranderen van de bouwplaatsinrichting in het geval van onvoorziene of gewijzigde omstandigheden ter plaatse

Het plan voor de bouwplaatsinrichting moet al af zijn voordat aan de werkzaamheden wordt begonnen. Dit plan bevat ook een plattegrond van de bouwplaats waarop tenminste de volgende zaken in de juiste grootteverhoudingen zijn afgebeeld:

  • Ligging van het bouwperceel en aangrenzende gebouwen
  • Ligging van het bouwwerk op het perceel
  • Toegang en begrenzing van de bouwplaats
  • Aan- en afvoerwegen, belendende verkeerswegen
  • Hijs-, laad- en losplekken
  • Leidingen en aansluitingen voor water en stroom
  • De plaats van machines, werktuigen, opslag van materialen
  • Alle bouwwerken en (woon)containers, zoals sanitaire voorzieningen
  • Steigers
  • Afvalcontainers

Veelgestelde vragen over bouwplaatsinrichting

Wat hoort er allemaal bij een bouwplaatsinrichting?

Een bouwplaatsinrichting bestaat uit veel verschillende elementen, denk bijvoorbeeld aan woonhuizen en bedrijfsgebouwen, bouwmachines en grote werktuigen. Maar ook toegangsplaatsen en verkeerswegen horen erbij.

Wie is verantwoordelijk voor een bouwplaats?

In principe heeft de opdrachtgever de eindverantwoordelijkheid op de bouwplaats. Hij of zij moet er op toezien dat alle beschermings- en veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd en nageleefd. De opdrachtgever is aansprakelijk totdat de bouwplaats is voltooid – zelfs als bepaalde deeltaken zijn gedelegeerd aan bouwbedrijven of een coördinator.

Moet uw bouwplaatsinrichting worden goedgekeurd door de toezichthouder?

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning dient u het veiligheidsplan in te dienen, met daarin een uitgebreide beschrijving uw bouwplaatsinrichting, inclusief tekening. De gemeente bepaalt dus of de inrichting van de bouwplaats aan de voorschriften voldoet of niet. Ook uw V&G-plan, dat u moet indienen bij de Inspectie SZW, bevat een beschrijving van de bouwplaats en de bouwactiviteiten. Om ervoor te zorgen dat de inrichting van de bouwplaats soepel verloopt, moeten alle partijen actief bij de planningsfase worden betrokken. Bovendien moeten zowel het veiligheidsplan als het V&G-plan worden aangepast als er in de uitvoeringsfase iets verandert.

Let op: de hier genoemde voorschriften zijn slechts een keuze uit de belangrijkste wettelijke richtlijnen. Voor gedetailleerde informatie verwijzen we u naar de hier weergegeven voorschriften en wetten. Bij de concrete omzetting in uw bedrijf dient u zich bij twijfel tot een deskundige te richten.

Bron afbeelding:
© gettyimages.de – Skynesher