Lesezeit: 3 Minuten

Als een goed begin het halve werk is, geldt dat zeker voor het leggen van laminaat. Daarom leest u in dit artikel niet alleen wat het noodzakelijke gereedschap voor het leggen van laminaat is, maar ook welke voorbereidingen u dient te treffen en hoe u begint met het leggen van een laminaatvloer. We behandelen stap voor stap hoe u de vloer legt en voorzien u daarbij van handige tips. Zo legt u altijd een strakke vloer, ongeacht of u een ervaren doe-het-zelver of professional bent.

Wat heb ik nodig om laminaat te leggen?

U kunt niet zonder het volgende laminaatgereedschap:

  • Duimstok: laminaatleggen gaat om millimeters, haal dus een goed leesbare duimstok in huis.
  • Potlood: een timmermanspotlood volstaat.
  • Opklapbare werkbank: om ergonomisch verantwoord te zagen doet een opklapbare werkbank wonderen.
  • Handzaag: voor snelle aanpassingen is een handzaag ideaal.
  • Cirkelzaag: gebruikt u het halfsteensverband, dan kunt u met een cirkelzaag snel de planken zagen.
  • Laminaatsnijder: een laminaatsnijder is uitermate handig laminaatgereedschap en een goed en voordelig alternatief voor een cirkelzaag.
  • Stootblok & rubber hamer: met een paar tikken kunt u de planken zeer precies plaatsen.
  • Aanslagijzer: met dit laminaatgereedschap trekt u een vloer strak, ook wanneer er aan de wandzijde geen ruimte is voor het stootblok.
  • Afstandswiggen: dankzij deze wiggen blijft er rondom ruimte over voor het uitzetten van de laminaatvloer.

Laminaat leggen in acht stappen

1.      Voorbereiding

Wanneer de ondergrond bulten of gaten van meer dan vijf millimeter heeft, doet u er goed aan de vloer te egaliseren. Grotere afwijkingen zijn namelijk vaak te zien of te voelen nadat het laminaat is gelegd. Is de ondergrond gereed? Leg dan de ondervloer in de gehele ruimte.

2.      Twee dagen rust

Laat uw laminaat twee hele dagen acclimatiseren in de ruimte waar u de vloer wilt leggen. Wanneer u laminaat direct legt, kan het zijn dat de planken later kromtrekken of uitzetten. Het betreft misschien slechts een millimeter — maar met tientallen planken in totaal loopt de verschuiving snel op! Met twee dagen ‘rust’ kan het materiaal zich voegen naar de luchtvochtigheid in de ruimte, zodat u bij het leggen weet welke afmetingen het materiaal heeft.

3.      Randzaken

Zodra de ondervloer is geplaatst kunt u overgaan op het laminaatleggen. Breng afstandshouders (ook wel afstandswiggen genoemd) aan bij de wanden, zodat u aan de randen van het laminaat ongeveer een centimeter overhoudt. Met de eerste plank bepaalt u de richting van de vloer. Om de kamer ruimer te doen voorkomen, legt u de planken in de lengte.

4.      Plank nummer één

Begin met de eerste plank in de hoek het verst van de deur. De volgende planken kunt u ook gerust uit de verpakking halen, zodat u aanliggende planken kunt kiezen op kleur en houttekening. Klik de tweede plank in de eerste plank onder een hoek van 45 graden.

5.      Vloerpatroon

Na de eerste baan begint u aan de tweede. Nu moet u kiezen wat voor patroon u gebruikt: wildverband of halfsteensverband. Wildverband betekent dat u het afgezaagde deel van de laatste plank (van de eerste baan) gebruikt om de tweede baan te beginnen. Zo bespaart u materiaal en krijgt u een natuurlijk, onregelmatig patroon. Halfsteensverband bestaat uit halve en hele planken, en is aantrekkelijk symmetrisch.

Zorg ervoor dat u op de reeds gelegde vloer zit als u de planken legt. Op die manier voorkomt u dat de vloer gaat schuiven en alsnog te dicht tegen de muur komt te liggen.

6.      Op lengte brengen

Wanneer u de eerste rij heeft gelegd en het patroon heeft gekozen, kunt u de rest leggen en op lengte brengen. Gebruik speciaal laminaatgereedschap, zoals een stootblok en een rubber hamer, om alles strak te slaan. Aan het einde van een baan kunt u beter het aanslagijzer inzetten.

7.      Hoeken en leidingen

Radiatorleidingen gaan direct de vloer in en liggen de laminaatplank in de weg. Maak hiervoor een uitsparing in een korte plank (tussen muur en leiding) en spiegel deze uitsparing op de lange plank, die aan de andere zijde komt. Een contourmal komt hierbij van pas.

8.      Laatste loodjes

De laatste baan zal vrijwel nooit precies passen en te breed zijn voor de overgebleven ruimte. Bij het zagen of snijden van deze baan dient u niet te vergeten dat er 8-10 mm over moet blijven tussen de wand en de plankrand. Als de hele vloer gelegd is, moet u nog plinten aanbrengen. Dit is het eenvoudigst met een clipsysteem, zeker als u eventuele bedrading wilt wegwerken. Daarna kit u de plinten af. Als laatste is het van belang om de vloer bij de dorpel(s) af te werken. U krijgt het mooiste resultaat met afdeklatjes, maar als de deur erg laag hangt kunt u ook kiezen voor houtkleurige kit.  

Bron afbeelding:
© gettyimages.de – bill oxford